Geen verveling, geen pieken

Het werk van Dan Zhu is geëvolueerd. Zo maakte ze vroeger veelal fijnzinnige tekeningen op papier; onlangs schilderde ze twee gigantische orca’s op een museummuur - zonder plan of voorbeeld. ‘Ik wilde weten of ik dat ook kon.’ Ze schildert wat haar toekomt, via herinneringen en dromen, van biologische vondsten in het bos tot galactische klusters en alledaagse voorwerpen, versmolten tot kleurrijke composities. Hoe? Verveling, lef en Tao.
Zhu (Jiangxi, 1985) draagt een lichtgroene trui, matching All Stars en een glimlach waarvan ik niet kan uitmaken of die bescheiden is of ondeugend. Ze praat graag, zal blijken. Voordat we plaatsnemen en uitkijken op de beeldentuin bestelt ze koffie met een speculaasje en begroet ze al het personeel van het museumcafé. Ze was hier kind aan huis de afgelopen tijd, en door urenlange dwaaltochten kent ze de halve dorpsbevolking. Ze is buitengewoon nieuwsgierig en sociaal.
Als ik haar tref is het week één van haar eerste grote museale tentoonstelling in Nederland, genaamd All Ends Meet, in Museum Kranenburgh. De vernissage van afgelopen zaterdag besloot haar residentie in Bergen, waar zij op uitnodiging van het museum drie maanden lang verbleef. Over twee dagen vliegt ze naar Shenyang, China, terug naar haar poes Paardenbloem (vert.).
Shenyang versus Bergen
Het had niet veel gescheeld of ze had Nederland haar thuis genoemd. Na haar aanstelling bij de Rijksakademie in Amsterdam (2018-2019) wilde ze zich hier vestigen, toen plotseling haar vader terminaal ziek werd. ‘Mijn hele levensplan veranderde.’ Haar familie bleek belangrijker dan haar ambitie. Ze keerde terug naar de Volksrepubliek.
Hoe is het om weer in Shenyang te wonen? ‘Het is verwarrend. Ik vind beide leuk.’
In Shenyang heeft men vrijwel uitsluitend contact met een beperkte kring. Er wonen 9 miljoen mensen, maar iedereen is druk en leeft langs elkaar heen. Het lukt haar niet om nieuwe vrienden te maken. Geen wonder dat ze graag door Bergen dwaalt. ‘Hier kom je heel gemakkelijk in contact met mensen. Er zijn bijvoorbeeld overal vrijwilligers. In het museum, op de zorgboerderij. Men werkt hier samen,’ vindt ze. ‘In China bestaat zo’n gemeenschapszin niet. Veel mensen zitten in de berichtencocon van sociale media.’
Individualisme en gemakzucht vieren hoogtij in Shenyang, met hordes bezorgers die alles brengen wat je maar aanklikt. ‘Ze staan klaar, geüniformeerd in groepen bij hun scooter, tegenover mijn gebouw.’ De bezorgindustrie is booming en dat is niet vreemd: ‘De apps weten wat je leuk vindt dus krijg je voortdurend van alles aangeboden.’ Erg gemakkelijk, geeft ze toe, maar ze baalt van de hoeveelheid vuilnis: het plastic en karton van elke maaltijd en pakket. Met apps, zoals het populaire Xiaohongshu (‘little red book’), is ze overwegend voorzichtig. Hoewel nieuwe technologie niet te stoppen is. ‘Ik was een keer mijn telefoon vergeten, waar ik altijd mee betaal in de supermarkt. Werd er gezegd: “Je mag ook met je gezicht betalen.” Dat heb ik toen één keer gedaan. Geen idee hoe dat mogelijk was.’ Om schending van privacy door de alziende CCTV maakt ze zich - en de gemiddelde Chinees evenmin - geen zorgen, want: minder criminaliteit. ‘Kritiek erop is kritiek uit een Westerse stoel.’ Maar waar ze liever niets van wilt weten zijn korte filmpjes, op apps zoals TikTok: ‘Die bezetten je geest, waardoor je brein stopt.’ Dat zit het werk in de weg.
Wording
Vroeger was Zhu vooral egocentrisch, geconcentreerd op zelfontplooiing en haar kunst, maar inmiddels heeft ze meer oog voor haar naasten. ‘Mijn karakter lijkt op dat van mijn vader. Ik hou er ook van om voor mensen te zorgen.’ Als kostwinner offerde haar vader zijn artistieke dromen op voor de familie en werkte als illustrator voor het staatsbosbeheer van China. Zijn kantoor lag vol met opgezette en getekende vlinders, libellen en andere insecten. ’Mijn rariteitenkabinet.’ Tot zijn spijt, bekende hij op zijn sterfbed, bleef hij een kunstenaar in de dop. De vlam sloeg over. Hij onderwees zijn dochter bewust niets, maar ze leerde een hoop van hem.
Op zesjarige leeftijd schreef ze: ik wil kunstenaar worden. Deze ambitie werd bevestigd op een wat zelfbewuster leeftijd door het idee dat je als kunstenaar niks aan je uiterlijk hoeft te doen. ‘Mensen kijken toch alleen naar je werk. Je hoeft je niet te conformeren aan de maatschappij.’ Toch deed ze een periode mee met de rest. Ze behaalde een bachelor Communicatie in Shenzhen en een master Design in Beijing, en werkte vervolgens bij een podcastbedrijf voor een goed salaris. Haar moeder was verheugd, Dan Zhu niet.
Ze las over het leven van de Japanse kunstenaar Yoshitomo Nara en dacht: dit is wat ik wil. In navolging van Nara vertrok ze naar Duitsland en leerde de taal. Ze werd toegelaten aan de Kunst en Design Universiteit in Offenbach am Main. ‘Mijn droom werd weer werkelijkheid.’ De resulterende bonje met haar moeder schreef ze op in dagboeken. ‘Ik vind dat ik een heel dapper persoon ben. Ik volgde echt mijn hart.’ Pas toen Zhu aantoonde dat ze kon leven van de kunst was haar moeder gerust.
Het werk en Tao
In Zhu’s manier van werken weerklinkt de taoïstische levenshouding wu wei, wat letterlijk ‘niet doen’ betekent, maar beter te begrijpen is als ‘moeiteloos handelen’. Het is een houding die voorschrijft dat de mens handelt door niet te forceren. Be like water, zou Bruce Lee zeggen. Wees als water dat de rots niet breekt, maar haar vorm vindt en eromheen stroomt. Handel op basis van intuïtie en ervaring, niet berekenend, analytisch of uit eigenbelang of andere fixaties; handel spontaan en in overeenstemming met de Tao - de onbenoembare, natuurlijke orde van het universum, de stroom van het bestaan.
Deze houding wordt geïllustreerd in tal van oude Chinese verhalen, zoals ook het verhaal van kok Ding, door dichter/filosoof Zhuang Zi (zeg: ‘Tswang Tse’). De kok demonstreert aan zijn vorst Wenhui hoe hij zeer behendig een os uitbeent - alsof hij een dans doet! De vorst jubelt. Ding legt uit dat hij houdt van de Tao, welke verder gaat dan alleen techniek. Na drie jaar te hebben geoefend benadert hij een os niet meer met zijn ogen, maar met zijn geest. Hij volgt met zijn mes slechts de natuurlijke structuur van het dier en snijdt moeiteloos in de ruimten tussen de gewrichten, waarna het rats! uit elkaar valt. Zo is zijn mes al negentien jaar zo scherp als was het pas geslepen. ‘Dat is prachtig!’ zei vorst Wenhui. ‘Door naar de woorden van kok Ding te luisteren heb ik het voeden van het leven geleerd.’ (Kristofer Schipper, 2007)
Net zoals een Chinese kok hetzelfde hakmes gebruikt om alle ingrediënten mee te snijden, zo ook gebruikt Zhu het liefst één enkel type penseel. Eentje die lijkt op een kalligrafiepenseel: bol met een fijne punt. Zo kan ze fijnzinnig schilderen door weinig druk uit te oefenen en dikkere lijnen maken door de druk op te voeren. De intensiteit of lijndikte wordt zo een kwestie van kracht en zachtheid, op basis van spiergeheugen en intuïtie. Kok Ding zou zwijgen.
‘Vroeger maakte ik meer gedetailleerde tekeningen met een narratief, totdat ik er de formule van ontdekte.’ Liever heeft ze geen richting, bestemming of fixatie in haar werk. ‘Ik hou van het onbekende en wil mezelf uitdagen. Al is dat weleens een kwelling.’ Elk nieuw canvas maakt Zhu nerveus, maar ze weet dat spontaniteit, of het gebrek aan een plan, verrast en loont. Zelfs als mensen haar nieuwe werk niks vinden. ’Verandering is leuk! Er zijn altijd mensen die het nieuwe wél mooi vinden.’
Ze heeft een hele stapel notitieboekjes, Leuchtturm1917’s in alle beschikbare kleuren, vol met woorden en schetsen. Haar geheugen op papier. Al gebruikt ze deze niet tijdens haar werk, dan heeft ze liever geen afleiding. Soms Brian Eno’s Always returning, meer niet.‘Mensen vervelen zich niet meer. Maar als je iets wilt creëren, heb je verveling nodig. Een lege ruimte werkt het beste. Saai, zoals mijn woonkamer.’
Gezonde voeding, goede nachtrust, routine en verveling brengen haar geest in de juiste toestand, ontvankelijk voor versmelting met haar omgeving. ‘In het Chinees noemen we dat ‘Tiān rén héyī’ (天人合一), wat betekent dat je één bent met de wereld.’ Op zo’n moment stroomt de Tao via haar op het canvas. ‘Als ik geconcentreerd ben, dan is mijn geest eigenlijk niet mijn eigen geest. Het is een soort videomontagein mijn hoofd, met herinneringen die opkomen en weer verdwijnen. Soms zijn dat herinneringen waarvan ik niet meer wist dat ze waren gebeurd - vergelijkbaar met de remslaap.’ Ze bevindt zich op dat moment buiten de beperkingen van taal, woorden of concepten. ‘Dan pas begrijp je de essentie van deze wereld, de transformatie. Er zijn geen grenzen.’
Dit is haar talent, concentratie. Als zevenjarige al kon ze tot wel vier uur achter elkaar geconcentreerd collages maken. Later herkende ze dit soort ervaring als een peak experience, zoals beschreven door Abraham Maslow. In het kort is dat een bepaalde bewustzijnstoestand van zelfverwerkelijking, van ultiem geluk en bevrediging. In deze toestand maakt zij haar kunst - wat resulteert in een prima afterglow: ‘Als ik klaar ben met een werk, ben ik altijd alleen. Dan voel ik dat ik naakt wil zijn en in de zee wil zwemmen. Ik wil het moment vieren.’

